“Hoe lieflijk zijn uw woningen…”
Tweeledig is de aanleiding voor Paul Wessels, de auteur en lid van de Liberaal-Joodse Gemeente, voor de uitgave ‘Haagse synagoge 1726-2026 aan de Prinsessegracht’: in 2026 is het 300 jaar geleden dat de Sefardische Joden de synagoge aan de Prinsessegracht in gebruik nemen en het is 50 jaar geleden dat de Liberaal-Joodse Gemeente de synagoge in gebruik neemt

Als de Sefardische Joden uit Spanje en Portugal in de 15e, 16e eeuw uit die landen worden verdreven, vertrekken duizenden naar de Nederlanden, in eerste instantie vooral naar handelssteden als Amsterdam en Antwerpen. Vanaf het midden van de 17e eeuw wordt ook Den Haag voor de Sefardische gemeenschap een aantrekkelijke bestemming: er komt aan de Scheveningseweg een Joodse begraafplaats, ze krijgen contact met Haagse adellijke families, zitten vlak bij het Hof van Holland, kunnen hier werken als tolk en krijgen vrijstelling van de bijdrage aan de schutterij (daar staat dan wel forse belasting aan de stad tegenover…).

Sefardische Joden komen voornamelijk te wonen op het eilandje ‘De Nieuwe Uitleg’. In die eerste jaren doet een logement aan de Bierkade dienst als synagoge, in 1703 verhuist het gebedshuis naar een pand aan de Wagenstraat en vijf jaar later naar de huidige Casuariestraat. De Sefardische Gemeente, inmiddels met de naam Honen Dal, verhuist in 1711 naar het Lange Voorhout 48, in 1715 naar Lange Voorhout 60. Daar blijven ze tot 1725.

Daniël Marot, gerespecteerd architect van onder andere Huis Huguetan, Huis Schuylenburch en de Trêveszaal, krijgt de opdracht voor het globale ontwerp voor de synagoge, een gebouw van 28 bij 40 meter. De Amsterdamse synagoge dient als voorbeeld, zowel wat betreft interieur als exterieur en Felix du Sart voert het ontwerp uit. Aan beide zijden van de bouwgrond verschijnt een woonhuis: aan de ene kant het huis voor de rabijn en aan de andere kant dat voor de godsdienstleraar of voorzanger. Aan de kant van de Jan Evertstraat komt een binnenplaats met hekwerk: het voorhof. Op 9 augustus 1726 volgt de feestelijke inwijding in bijzijn van tal van adellijke gasten, landelijke en Haagse hoogwaardigheidsbekleders. Bij de ingang aan de Jan Evertstraat staat boven de deur de Hebreeuwse tekst: ‘1726 – Hoe lieflijk zijn uw woningen”. De Gemeente floreert tot de komst van de Duitsers.

Na de oorlog zijn er van de honderden leden nog slecht acht in leven en daarmee komt een einde aan deze Sefardische Gemeente. Het gebouw raakt in verval. In 1970 lukt het de Haagsche Liberaal-Joodse Gemeente (n.b. mede dankzij Zwolsman en diens EMS) om de synagoge aan de Prinsessegracht aan te kopen. De plechtige inwijding volgt in 1976.
Over de armoede in ‘Joodse Buurt’ omgeving Wagenstraat is het nodige verschenen. Nu geeft Wessels ook de Sefardische Joden en hun synagoge in dit bijzonder informatieve en lezenswaardige boek alle aandacht. Wat me -ook na lezing- intrigeert is de vraag is hoeverre de puissant rijke en welvarende Sefardische Gemeente de arme Asjkenazische Joden die in de Joodse buurt woonden, het gebied achter de Nieuwe Kerk, financieel of anderszins steunde.
Haagse Synagoge 1726-2026 aan de Prinsessegracht- en het wel en wee van de Sefardisch- en Liberaal-Joodse leden, Paul Wessels, 245 pag. € 24,95. Uitg Aspekt; ISBN 978 9464 874037.
Piet Vernimmen
Belangstelling voor wandel- of fietstochten over geschiedenis en architectuur van Den Haag? Kijk kan ook naar Kunst in de stad, Besuyde den Houte, Kunst rond Cats, Kunst rond de 'Maria Hoeve', Anders winkelen, Indische Wandeling.
Of stuur een mailtje naar
